In dit interview spraken we met Jan Boden over:

  1. Van informatica naar data(-analyse)
  2. Terrible two
  3. De club van geel en rood
  4. Tactisch onderbouwd
  5. Mimespeler langs de lijn
  6. Van analyse tot analist
  7. De dagelijkse taken
  8. Videoanalyse in lagere reeksen: (overbodige) luxe?
  9. De volgende stap voor videoanalyse
  10. The nitty gritty van videoanalyse
  11. Truken van de foor
  12. De volgende stap van Jan

Onder Robert Martínez veranderde het Belgische voetbal. Hij leerde zijn volk hoe je een pass in de breedte geeft, dat een linksvoor gerust ook een linksachter kan zijn en als hij kon, droeg hij Eden Hazard met krukken het veld op.

Maar daarnaast droeg hij eveneens bij tot een verregaande professionalisering van de voetbalbond, lanceerde hij tal van initiatieven voor jeugdspelers en zorgde hij voor de invoering van videoanalyse in haast alle geledingen – vandaag vind je zelfs videoanalisten in de tweede amateurklasse (de vroegere 4e afdeling). Het was in die stroming dat Truienaar Jan Boden zijn tweede carrière vormgaf.

Van informatica naar data(-analyse)

“Als jonge student droomde ik ervan om als ingenieur in de Formule 1 te werken,” vertelt Jan. Hij begint daarom aan studies Industrieel Ingenieur, maar dat loopt niet helemaal zoals verwacht. “Ik was nog te jong, was er niet klaar voor. Daarom veranderde ik naar de richting Toegepaste Informatica. Tijdens mijn studies deed ik stage bij een bedrijf waar ik na het afstuderen ook kon beginnen. Van daaruit werd ik een freelance software developer en bouwde ik tien jaar lang webplatformen en websites.”

Wanneer enkele vriendinnen het hem vriendelijk vragen, gaat hij in op hun aanbod: hij wordt coach van een vrouwenploeg in tweede provinciale. “Van daaruit klom ik doorheen de reeksen, kwam er een beetje software en data-analyse bij kijken en kwamen mijn twee werelden haast organisch samen. Ik begon ook met enkele trainerscursussen omdat ik het, ondanks het niveau, wel echt goed wou doen. Die mensen gaven mij hun vertrouwen, dan wou ik hen niet teleurstellen.”

Terrible two

Maar dan worden zijn voetbalambities tijdelijk op pauze gezet. Hij wordt vader van niet één, maar twee kinderen, tegelijk. “Dat was een heel pittige periode,” vertelt Jan. “Alles komt tegelijk op je af, in tweevoud. Daar heb ik alles even voor opzijgeschoven. In die periode waren we bijna geen mensen meer.”

Wanneer hij in die periode een artikel leest over videoanalyse bij Thes Sport, de trots van Tessenderlo, raakt Jan toch weer geprikkeld. De coach van de ploeg op dat moment is een man die voor een groot stuk zijn analistenbestaan zal bepalen: niemand minder dan Wouter Vrancken – naarstig bouwend aan zijn trainersloopbaan.

“Ik kende Wouter al vrij goed en belde hem op met enkele vragen over zijn analist,” zegt hij. Vrancken is zeer bereidwillig om hem te woord te staan en niet veel later vraagt hij Jan om aan boord te komen als videoanalist. “Ik had natuurlijk nog geen ervaring als videoanalist, maar in mijn overtuiging zie ik obstakels nooit als onoverkomelijk. Ik geloof dat als ik ergens mee aan de slag ga en hard werk, ik het uiteindelijk ook zal kunnen. En is dat toch niet het geval: even goede vrienden.”

De club van geel en rood

En zo geschiedde: tijdens twee succesvolle jaren bij Thes leert hij er het vak, eerst naast Vrancken en het seizoen erop naast Bart Vanhoudt. Wanneer Vrancken later, na passages bij Lommel en Kortrijk, naar KV Mechelen verkast, krijgt Jan opnieuw een telefoontje: of hij eens niet op gesprek wou komen bij diens nieuwe club?

“Uiteraard had ik wel interesse, maar gezien mijn toch beperkte ervaring, nam ik het nog niet al te serieus. Er was me gevraagd om een wedstrijd te analyseren en die analyse voor te stellen aan enkele trainers. Twee weken later mocht ik beginnen!”

Het valt op dat de carrière van Jan goeddeels vervlochten is met die van Vrancken. Wanneer die de overstap maakt naar RC Genk na enkele zeer mooie jaren in het Mechelse, besluit Jan om niet mee te springen. “Ik had er even genoeg van. Iets na nieuwjaar van dat seizoen kreeg ik echter weer een telefoontje. Wouter vroeg of ik opnieuw kon bijspringen en ik moest toegeven dat het alweer kriebelde.”

Nu Vrancken na twee jaar een nieuwe stap zet bij AA Gent, lijkt de samenwerking evenwel (tijdelijk?) te stoppen. Hoe dat komt, daar vertelt hij later meer over.

Tactisch onderbouwd

Vanuit dezelfde overtuiging die hem trainerscursussen deed volgen toen hij trainer was van een vierdeprovicialer, volgt Jan nog verschillende cursussen wanneer hij werkt als analist. Zijn hoogst behaalde graad is het Ueafa B-diploma. Daarmee mag hij coachen in de topklasse van het vrouwenvoetbal en de tweede klasse bij mannen.

Wouter Vrancken staat te boek als iemand die zijn ploegen laat spelen met overgave en duidelijke richtlijnen. In de afgelopen play-offs werd hij eveneens geroemd om zijn tactische flexibiliteit door plots met een driemansverdediging te spelen. Hoe sterk moet je tactisch zijn als videoanalist om daarin mee te gaan?

“Je hebt wel een tactische basis nodig,” stelt Jan, “maar je moet vooral goed kunnen aanvoelen wat een trainer wilt en waar hij naartoe wilt evolueren. Als analist ben je de ogen van de trainer in verschillende situaties. Je moet weten wat hij wilt weten. Bij Tessenderlo voelde ik me in het begin wat onzeker over die dingen, maar dat kwam erg snel. Te meer omdat ik met Wouter ook een goede band had, zowel op als naast het veld.”

De videoanalist zit vaak hoog in de tribune, om een totaalbeeld te krijgen op het positiespel, de looplijnen en de ideeën van de tegenstander. “Ik heb in totaal drie wedstrijden gevolgd vanop de bank, maar daar ben je niks mee. In sommige stadions zit je zelfs lager dan het veld en zie je helemaal niets van bijvoorbeeld looplijnen. In de Engelse Premier League is dat meestal anders en zit de bank zelfs enkele meters boven het veld. Maar bij ons zie je dat nooit.”

Mimespeler langs de lijn

Wel vaker wordt daarnaast de vraag gesteld of zo’n trainer roepend en tierend langs de zijlijn wel zin heeft? Neemt hij niet beter plek hoger in de tribune zodat hij kan zien wat zijn spelers aan de andere kant van het veld uitvreten, of wat de tegenstander nu net in zijn schild voert?

“Het cliché luidt inderdaad dat het vooral de flankverdediger is die kan genieten van de show die de trainer opvoert,” lacht Jan. “Maar persoonlijk geloof ik wel dat het nuttig is. De trainer moet kunnen aanvuren tijdens de wedstrijd, zijn enthousiasme op de groep overbrengen. In een overvol stadion zal je aan de overzijde niks horen van wat de trainer allemaal roept, maar dat hoeft ook niet.”

“Voor een wedstrijd, en eigenlijk al voor het seizoen, maak je afspraken: wie doet wat in welke situatie? Wat met deze of gene tegenspeler? Daar wordt een hele week op geoefend, en na verloop van tijd is het ook een kwestie van aanvoelen. Je spreekt tekens af, de intensiteit ervan spreekt mee,… Het hoeft geen uitgebreid gesprek te zijn zoals bij de bakker. Geloof me, je kan zonder veel woorden ook heel wat duidelijk maken.”

Maar wonderen hoef je er ook niet van te verwachten. Jan: “Tijdens de wedstrijd is een situatie heel veranderlijk. Veel meer dan enkele accenten aankaarten of wijzigen, is niet mogelijk. Zeker niet voor een hele ploeg. Vandaar dat ik begrip heb voor de situatie van Domenico Tedesco tijdens enkele wedstrijden van het afgelopen EK: de analisten in de studio kunnen makkelijk roepen dat er iets moest gebeuren wanneer het moeilijk liep, maar om echt te kunnen ingrijpen moet je wachten tot de rust. Probeer je het toch tijdens de wedstrijd zelf te doen, dan loop je gevaar dat het allemaal nog meer in de soep draait.”

“Nee, de Belgen zijn in blok gaan staan, kozen voor duidelijkheid en wachtten tot de rust. Daar hebben ze dan samen ingegrepen. Het is jammer hoe de media er dan iets van maken, terwijl dat simpelweg zeer moeilijk is.”

Van analyse tot analist

Als videoanalist maakt Jan deel uit van de trainersstaff. Maar in welke mate is hij dan een trainer en hoe word je een analist met impact? “Bovenal moet je de dynamieken van een kleedkamer kennen,” legt hij uit. “Je moet als trainer wel een bepaald niveau halen, maar waar die lat ligt, hangt erg af van (hoofd)coach tot coach. Hoe de trainer wilt dat je meedraait binnen de ploeg. Als hij verlangt dat je alleen video’s opknipt zodat coaches kunnen kijken, dan heb je geen nood aan een trainersdiploma. Als de trainer daarentegen ook op jou vertrouwt voor je feedback, dan heb je al een bredere basis nodig.”

In het geval van Jan deed Vrancken regelmatig beroep op zijn analyses. “In het stramien van afgelopen seizoen, met eveneens veel Europese wedstrijden, kon dat niet anders. Als de wedstrijd op donderdag valt, heb je maar weinig voorbereidingstijd voor de volgende match op zondag. Dan helpt het als de volgende analyse al klaarligt.”

“Wouter had dan het voordeel dat zijn spelprincipes duidelijk zijn. Dankzij onze jarenlange samenwerking zaten die goed in mijn vingers, waardoor ik kon voorspellen waar hij naar op zoek was bij een tegenstander.”

Het maakt dat een omslag van systeem (van vier naar drie verdedigers) voor Jan maar een beperkte impact had: “Een systeem is uiteindelijk ook maar dat. Bepalender zijn de visie en de spelprincipes van de trainer. De afspraken bleven grotendeels dezelfde: wat doen we aan de bal? Hoe krijgen we ruimtes vrij? Het waren uiteindelijk slechts nuances die veranderen – voor de buitenwereld leek het meer een omslag dan het was.”

De dagelijkse taken

Een videoanalist kan dus een deeltje trainer zijn, een deeltje assistent, een deeltje wedstrijdvoorbereider. Maar hoe komen die taken samen in de job?

“Ook dat kan weer verschillen; van trainer of van club. Bij KV Mechelen kwam ik op het veld als er tactische trainingen waren of we specifiek dingen gingen inoefenen waar visuele feedback nodig was. Bij Genk waren we met twee, waardoor ik minder het effectief filmen deed, maar me meer kon richten op individuele feedback naar spelers toe. Het is te zeggen: wij keken individueler naar hen en brieften alles door naar de assistenten. Zij gingen dan in gesprek met de spelers. Bovendien deden we ons werk daar ook voor de jeugdploegen. Groter en professioneler, dus.”

Videoanalyse in lagere reeksen: (overbodige) luxe?

Het Belgische voetbal onderging onder bondsoach Roberto Martínez een diepgaande professionalisering. De invoer van videoanalyses, tot in de amateurreeksen toe, heeft duidelijk zijn sporen nagelaten. Onder meer het machtige Rupel Boom maakt bijvoorbeeld bij iedere wedstrijd gebruik van een videoanalist. We haalden al aan dat een analist best een zekere tactische onderbouwing heeft, maar is het niveau in die reeksen wel goed genoeg opdat de spelers wat kunnen aanvangen met die analyses? Kunnen ze uitvoeren wat de coach van hen verwacht?

“Absoluut,” zegt Jan. “Het is een misvatting om te denken dat spelers op dat niveau niet verstandig genoeg zouden zijn om die dingen te zien of te snappen. Je moet een duidelijk onderscheid maken tussen tactiek en afspraken. Bij dat eerste wordt veel op één hoop gegooid; voor mij gaat tactiek over hoe spelers onderling op elkaar reageren. Hoe wordt er collectief druk gezet? Waar wordt er doorgedekt? Wanneer wordt de pressing overgenomen en door wie? Tactiek gaat over veel meer dan in welke vorm of met welke ruit elf mannetjes op een bord worden gezet.”

“En daarnaast zijn er de afspraken. Een Kevin De Bruyne is veel minder afhankelijk van afspraken omdat hij zich bevindt op een niveau dat hem toestaat om in te spelen op een veranderende situatie. Hij is zo goed dat hij altijd weet wat hij moet doen. Hetzelfde voor Real Madrid: zij zijn meesters in adaptief voetbal. Zij hebben veel minder aanwijzingen nodig van de kant om zaken op te lossen.”

Een videoanalyse is in de eerste plaats een hulpmiddel, meent Jan. Kan je dan stellen dat het net minder nuttig is aan de top en voornamelijk zijn waarde heeft op een lager niveau? “Het hangt ervan af hoever je erin gaat. Op ieder niveau heeft een videoanalyse dus andere voordelen. Op het niveau van een Rupel Boom is het een grote hulp om afspraken te maken. Als een voetballer weet wat hij moet doen in bepaalde situaties kan dat ervoor zorgen dat hij beter speelt dan je zou vermoeden door zijn talent. Bijvoorbeeld: een spits die weet dat de tweede paal minder goed wordt verdedigd, kan worden opgedragen daar veel op te duiken. De winger weet dan waarnaartoe te spelen en dat kan een groot wapen zijn.”

De volgende stap voor videoanalyse

Dat er veel is veranderd in hoe technologie wordt gebruikt in het moderne voetbal, is een understatement van formaat. Hoe verhouden we ons in België ondertussen ten opzichte van andere landen? “Ik heb het gevoel dat we redelijk ver staan,” stelt Jan, “maar dat we stilaan toch nood hebben aan een nieuwe impuls.”

“De volgende stap moet een datarevolutie zijn. We moeten evolueren van het bekijken en verknippen van volledige wedstrijden naar het bekijken en interpreteren van de data die analyses opleveren. Zo kunnen we tijd winnen en gerichter werken, maar kan er ook meer tijd gaan naar het psychologische aspect van spelersbegeleiding.”

“Iedereen in eerste klasse kan voetballen, maar hoe voelt die speler zich naast het veld? Dat heeft een niet te onderschatten impact. Voor de staff geldt hetzelfde: er moet tijd vrijkomen om af en toe eens uit te blazen en echt met elkaar te praten. Of samen iets te gaan eten. We moeten opletten dat we niet heel de tijd achter een computer zitten, of voetbal reduceren tot statistieken en data. Die menselijke banden zijn héél belangrijk.”

Jan ziet in een verregaande automatisatie van videoanalyse ook voordelen op lange termijn: “Momenteel kijken we nog te veel van match tot match. Als we al minder tijd moeten stoppen in het samenvatten van wedstrijden, kunnen we meer energie stoppen in het herkennen van tendenzen.”

The nitty gritty van videoanalyse

Allemaal goed en wel, die interessante ideeën van Jan. Ondertussen zijn we echter aan (computer)pagina zes(!) van dit interview en weten we nog altijd niet hoe zo’n videoanalyse nu juist in zijn werk gaat. Ik vroeg Jan om daar toch maar eens zijn boekje over open te doen.

Jan: “Ikzelf werk met Hudl Sportscode, het beste softwarepakket dat je op dit moment kan vinden.” Vanzelfsprekend is het dan ook het pakket dat het vaakst wordt gebruikt door ploegen in de Premier League. Niet toevallig is het wat Martínez gebruikte bij zijn clubs en het pakket dat hij introduceerde in België. Omdat de clubs evenwel niet wilden investeren in deze software en de nodige wide-angle camera’s die in ieder stadion moesten worden geplaatst, besloot de bond om Hudl zelf beschikbaar te maken voor Belgische videoanalisten.”

“Van daaruit ontstond dan een echte community tussen de analisten. We ontmoetten elkaar op de opleidingen, wisselden tips en tricks uit,… Dat heeft echt heel veel gedaan voor het niveau van videoanalisten in ons land. De groei die hieruit ontstond leidde tot het gegeven dat bijna iedere club in België minstens één videoanalist in huis heeft.”

Aan de slag gaan met de software klinkt eenvoudig, maar vereist enige oefening. “Je begint met een beetje basic coderen,” legt hij uit. “In die zin dat je bepaalde knoppen gaat instellen om events tijdens de wedstrijd vast te leggen. Die interface stel je zelf op. Wanneer de wedstrijd begint, begin je ook op te nemen. Start een doelman het spel op, dan druk je op de knop die je daarvoor hebt ingesteld. Wordt een laterale pass gegeven, hetzelfde. Geeft de tegenstander een diepe pass? Noem maar op.”

Tijdens de match verzamelt de analist op die manier data waarvan hij een samenvatting kan maken. Hij kan patronen op het veld tekenen om visueel te duiden wat er gebeurt of wat de principes van de tegenstander blijken te zijn. En daar zit ervaring diep ingebakken: “Als beginnende analist zal je naar spelpatronen over verschillende wedstrijden moeten kijken om er visuele data uit te kunnen halen. Maar met een beetje ervaring zie je vaak al na enkele spelfases wat ze proberen te doen en kan je dat makkelijker tekenen op het beeld. Zelfs al na één speelhelft.”

Is ons moderne voetbal dan echt zo voorspelbaar geworden? “Nee, het blijft natuurlijk altijd een beetje het inschatten van de georganiseerde chaos op het veld. Daarom moet je als analist op voorhand ofwel goed weten waar de trainer wilt dat je naar zoekt, of zelf een idee hebben om je analyse op te bouwen.”

De software brengt beelden vervolgens samen met de code zoals die werd ingesteld. Daaruit kan de analist lijnen trekken, volgspots op spelers plaatsen (zoals die bij voetbalduiding op tv vaak wordt weergegeven) en kunnen speelvlakken worden uitgelicht.

“Tijdens wedstrijden kan dat soms héél hectisch worden,” legt Jan uit. “Te meer omdat we continu in contact staan met de bank. Het gebeurt vaak dat de trainer op het moment zelf doorgeeft dat hij die fase later wilt kunnen bekijken. Zo komen we tot een afspeellijstje dat we tijdens de rust kunnen meegeven met de spelers.”

Truken van de foor

Wie tussen de lijnen door leest, merkt dat de job van de analist niet alleen betrekking heeft op wat er op het veld gebeurt en daar een conclusie uit te trekken. Veel heeft ook te maken met een goede prognose: proberen voorspellen wat die tegenstander zal doen. Hoe gemakkelijk is dat?

“Niet,” lacht Jan. “Soms doet een tegenstander iets helemaal anders dan je verwacht, bijvoorbeeld met een vijfmansdefensie uitpakken terwijl die al het hele seizoen speelt met vier achteraan. Het vervelendste voor ons is wanneer je volgende tegenstander aantreedt met een nieuwe trainer. De oude is ontslagen en enkele dagen voor de wedstrijd wordt een nieuwe aangesteld waar je nog nooit van hebt gehoord. Dan moet je op zoek gaan naar alle beelden die je kan vinden. Vorig seizoen, toen Oscar Garcia overnam bij OH Leuven, moesten we zo werken met beelden van vier jaar geleden om zijn principes te proberen ontwaren.”

Om de informatie over verrassende opstellingen tijdens de wedstrijd bij de spelers te krijgen, wordt eens te meer gekeken naar de flankspelers. “We hebben het al aangehaald: tijdens een wedstrijd kan je niet zoveel informatie in één keer doorgeven. Is het dan echt te veel om via een flankspeler duidelijk te maken, dan zie je het tegenwoordig al eens gebeuren dat de doelman na vijf minuten de opdracht krijgt om even ‘geblesseerd’ te gaan zitten. Hij is immers de enige die na een blessurebehandeling niet even van het veld moet. Wijzelf zijn evenwel geen fan van deze werkwijze.”

De volgende stap van Jan

Er is leven na Wouter Vrancken. Voor het eerst in zijn voetballeven volgt Jan zijn eigen weg, op zoek naar zijn volgende avontuur. “Ik voel dat ik klaar ben voor iets nieuw,” vertelt hij. “Voor mijn volgende avontuur zou ik graag eens op lange termijn willen werken, minder volgens de waan van de dag.”

Hij denkt dan aan een job waarin hij structuren kan uitzetten. “Ik zou graag eens mee de sportieve visie van een club uitwerken en bewaken. Hoe ik daar zal geraken, is me nog niet duidelijk, maar ik ben er zeker van dat er wel iets op mijn pad zal komen. Een job als hoofdcoach hoeft dan weer helemaal niet. Ik heb veel respect voor het werk dat zij leveren, maar het is absoluut niks voor mij.”

Voorlopig neemt Jan even rust. Na een zwaar seizoen met veel Europees voetbal wil hij zijn aandacht en tijd aan zijn kinderen geven. Tot het volgende avontuur zich weer aandient.

Beelden: An Rogier, et al, verkregen via Jan Boden

Één reactie op “Op zoek naar patronen in de chaos: het voetballeven van video-analist Jan Boden”

  1. […] Op zoek naar patronen in de chaos: het voetballeven van video-analist Jan Boden […]

    Like

Geef een reactie op De gekke relatie van smartphonebouwers met IP-ratings – Tech & Leven Reactie annuleren